In een factcheck nemen we een veelvoorkomende uitspraak of misverstand over diagnostiek onder de loep.

Er wordt soms beweerd dat vaccinaties autisme veroorzaken. Denk bijvoorbeeld aan de uitspraken van president Trump, of berichten die op sociale media circuleren. Hoe is dit idee ontstaan? En bestaat er daadwerkelijk een verband tussen vaccinaties en autisme? 

Auteur: Dr. Floor Moerman

Wanneer ontstond dit idee?

De Wakefield-studie uit 1998

Bijna 30 jaar geleden verscheen een studie van Wakefield en collega's in The Lancet, een toonaangevend wetenschappelijk tijdschrift. In deze studie werd een mogelijk verband beschreven tussen vaccinaties en kenmerken van autisme. In het onderzoek worden twaalf kinderen beschreven die waren doorverwezen naar een gespecialiseerde kinderafdeling omwille van darmklachten en een achteruitgang in de ontwikkeling. Sommigen van hen vertoonden kenmerken van autisme. Bij acht van de twaalf kinderen vertelden de ouders dat de veranderingen in de ontwikkeling waren begonnen nadat hun kinderen de bof-, mazelen- en rubellavaccinatie hadden gekregen. De onderzoekers vermoedden dat de vaccinatie een lichamelijk proces in de darmen zou hebben veroorzaakt, dat op zijn beurt zou samenhangen met ontwikkelingsmoeilijkheden en/of autisme. 

Dit onderzoek levert geen bewijs voor een causaal of oorzakelijk verband tussen vaccinaties en autisme. Het opzet van de studie laat immers geen uitspraken toe over mogelijke oorzaak-gevolgrelaties. Om dat te kunnen doen, zijn meerdere complexere en langdurigere onderzoeksdesigns nodig waarin bijvoorbeeld grote groepen gedurende langere tijd worden opgevolgd. In zo'n studies worden groepen vergeleken van personen die wel en niet gevaccineerd zijn, waarbij rekening wordt gehouden met andere factoren die mogelijk een rol spelen.

De Wakefield-studie vertoonde bovendien ernstige tekortkomingen die pas na de publicatie bekend geraakten. Er was onder meer sprake van selectiebias: de beschreven kinderen werden specifiek geselecteerd voor de studie, terwijl voor de(r)gelijk onderzoek een diverse groep kinderen nodig is. Daarnaast was er ook sprake van belangenvermenging. Verschillende mede-onderzoekers namen na de publicatie expliciet afstand van de studie. De Wakefield-studie werd in 2010 ook officieel ingetrokken door de Lancet.

Image

Wat hebben we sindsdien geleerd?

De Wakefield-studie veroorzaakte veel ongerustheid. In de jaren nadien werden dan ook talloze studies opgezet om te onderzoeken of vaccinaties autisme kunnen veroorzaken. In verschillende grootschalige en zorgvuldig uitgevoerde studies uit diverse landen , werden miljoenen kinderen die wel en geen vaccin kregen, opgevolgd en vergeleken. Deze studies vonden geen bewijs dat vaccinaties de kans op autisme verhogen. 

In een recente cohortstudie uit Amerika werden bijvoorbeeld de gegevens van 2.5 miljoen kinderen onderzocht. De onderzoekers vergeleken kinderen die wel en geen bof-, mazelen- en rubellavaccinatie hadden gekregen en hielden rekening met factoren die de resultaten konden beïnvloeden. Ze vonden ook geen verband tussen deze vaccinatie en een verhoogde kans op een diagnose van autisme. 

Op basis van jarenlang onderzoek is de wetenschappelijke consensus dat het zeer onwaarschijnlijk is dat vaccinaties autisme kunnen veroorzaken.

Een hardnekkig idee dat blijft leven

Waarom blijft het idee bestaan dat vaccinaties autisme zouden veroorzaken, terwijl dat uitgebreid wetenschappelijk onderzoek dit niet ondersteunt? Waarschijnlijk spelen verschillende verklaringen een rol. 

We zoeken naar verklaringen en leggen verbanden

Wanneer we veranderingen opmerken in bijvoorbeeld onze gezondheid of de ontwikkeling van een kind, gaan we op zoek naar een verklaring. Dat is menselijk. We willen begrijpen waarom iets gebeurt. We zijn daarbij geneigd om een oorzakelijk verband te zien tussen gebeurtenissen die ongeveer op hetzelfde moment plaatsvinden.  

De kenmerken van autisme worden vaak opgemerkt in dezelfde levensfase waarin kinderen verschillende vaccinaties krijgen. Maar dat twee zaken gelijktijdig of na elkaar gebeuren, betekent nog niet dat het ene de oorzaak is van het andere. Ter vergelijking: veel kinderen verliezen in het eerste leerjaar hun melktanden. Dat betekent niet dat starten op de lagere school ervoor zorgt dat kinderen hun tanden verliezen. Beide gebeurtenissen vinden gewoon rond dezelfde leeftijd plaats. 

De verspreiding van misinformatie

Ook de verspreiding van foutieve informatie via sociale media of door autoriteitsfiguren kan het idee mee in stand houden. Zo komt het vermeende verband tussen vaccinaties en autisme bijvoorbeeld geregeld aan bod in YouTubevideo’s over autisme. 

Ook het Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) paste eind 2025 de informatie over vaccinaties en autisme op hun website aan. Zo wordt er nu beschreven dat “wetenschappelijke studies de mogelijkheid niet hebben uitgesloten dat vaccinaties autisme veroorzaken.” Daarmee wordt de indruk gewekt dat een verband toch nog aannemelijk is. Verschillende experten reageerden meteen door te benadrukken dat het ingaat tegen bewijs uit decennia aan wetenschappelijke onderzoek. Ze uitten onder andere kritiek op het feit dat de CDC zwakke en verouderde studies aanhaalt. 

Image

Wat kan je als hulpverlener doen?

Als hulpverlener is het belangrijk om kritisch te blijven tegenover informatie die verspreid wordt via populaire media.

  • Ga na of er wetenschappelijk bewijs is. 
    • Baseer je bij voorkeur op systematische reviews en meta-analyses. Die bieden het meest betrouwbare overzicht.
    • Wees alert voor het verschil tussen correlationele verbanden en causale verbanden. 
  • Leg de huidige wetenschappelijke consensus op een toegankelijke en correcte manier uit aan cliënten. Wees daarbij ook alert voor het verschil tussen resultaten op groepsniveau en uitspraken over een individu. In wetenschappelijk onderzoek worden vaak groepen met elkaar vergeleken, bijvoorbeeld mensen met en zonder autisme. Eventueel gevonden groepsverschillen zeggen niet automatisch iets over één individuele persoon. Toch gebeurt het regelmatig dat we groepsverschillen één-op-één vertalen naar individuen. 
  • Benadruk de complexiteit van het ontstaan van moeilijkheden. Moeilijkheden zijn zelden het gevolg van één enkele oorzaak. Het gaat bij elke persoon om een uniek en complex samenspel van allerlei factoren. Onderzoek toont aan dat verschillende factoren samen een rol spelen bij het ontstaan en het tot uiting komen van kenmerken van autisme. Leg dit op een begrijpelijke manier uit aan de cliënt. 
Image
info

Conclusie: feit of fictie

De uitspraak “vaccinaties veroorzaken autisme” wordt niet ondersteund door het beschikbaar wetenschappelijke onderzoek. De bewering vindt zijn oorsprong in een onbetrouwbare studie uit 1998 die later werd ingetrokken. 

Sindsdien hebben veel grote en degelijke studies een mogelijk verband tussen vaccinaties en autisme onderzocht. Zij vonden geen bewijs dat vaccinaties de kans op autisme verhogen.