Waarom blijft het idee bestaan dat vaccinaties autisme zouden veroorzaken, terwijl dat uitgebreid wetenschappelijk onderzoek dit niet ondersteunt? Waarschijnlijk spelen verschillende verklaringen een rol.
We zoeken naar verklaringen en leggen verbanden
Wanneer we veranderingen opmerken in bijvoorbeeld onze gezondheid of de ontwikkeling van een kind, gaan we op zoek naar een verklaring. Dat is menselijk. We willen begrijpen waarom iets gebeurt. We zijn daarbij geneigd om een oorzakelijk verband te zien tussen gebeurtenissen die ongeveer op hetzelfde moment plaatsvinden.
De kenmerken van autisme worden vaak opgemerkt in dezelfde levensfase waarin kinderen verschillende vaccinaties krijgen. Maar dat twee zaken gelijktijdig of na elkaar gebeuren, betekent nog niet dat het ene de oorzaak is van het andere. Ter vergelijking: veel kinderen verliezen in het eerste leerjaar hun melktanden. Dat betekent niet dat starten op de lagere school ervoor zorgt dat kinderen hun tanden verliezen. Beide gebeurtenissen vinden gewoon rond dezelfde leeftijd plaats.
De verspreiding van misinformatie
Ook de verspreiding van foutieve informatie via sociale media of door autoriteitsfiguren kan het idee mee in stand houden. Zo komt het vermeende verband tussen vaccinaties en autisme bijvoorbeeld geregeld aan bod in YouTubevideo’s over autisme.
Ook het Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) paste eind 2025 de informatie over vaccinaties en autisme op hun website aan. Zo wordt er nu beschreven dat “wetenschappelijke studies de mogelijkheid niet hebben uitgesloten dat vaccinaties autisme veroorzaken.” Daarmee wordt de indruk gewekt dat een verband toch nog aannemelijk is. Verschillende experten reageerden meteen door te benadrukken dat het ingaat tegen bewijs uit decennia aan wetenschappelijke onderzoek. Ze uitten onder andere kritiek op het feit dat de CDC zwakke en verouderde studies aanhaalt.