Een classificerende diagnose beschrijft gedragskenmerken die zorgen voor uitdagingen in het dagelijks functioneren. Die kenmerken kunnen evolueren. Onderzoek toont aan dat een aanzienlijk deel van de kinderen die voldoen aan de criteria voor ADHD of autisme, dit op latere leeftijd niet meer doen. Dat betekent niet noodzakelijk dat alle kenmerken verdwijnen. Wel dat de combinatie, ernst of impact kan veranderen, waardoor de diagnose op een later moment niet meer van toepassing is.
Om te voldoen aan de criteria van een classificerende diagnose, moeten de kenmerken ook beperkingen veroorzaken in het functioneren. Of bepaalde kenmerken leiden tot beperkingen, hangt niet alleen af van de persoon, maar ook van hoe de omgeving is ingericht. Een weinig afgestemde omgeving kan ertoe bijdragen dat moeilijkheden of uitdagingen ervaren worden. Omgekeerd kunnen aanpassingen in de context ervoor zorgen dat bepaalde moeilijkheden of uitdagingen minder op de voorgrond treden. Deze aanpassingen zullen echter niet altijd alle ervaren uitdagingen volledig kunnen opheffen.
Omgevings- en andere contextfactoren beïnvloeden mee of iemand op een bepaald moment wel of niet aan de criteria van een classificerende diagnose voldoet. Persoonskenmerken en omgevingsfactoren staan altijd in wisselwerking met elkaar. De impact van gedragskenmerken op iemands functioneren kan dus niet buiten de context worden beoordeeld.