In de praktijk gebeurt het vaak dat ADHD niet alleen als beschrijving wordt gebruikt, maar ook als verklaring. ADHD wordt dan gezien als een op zichzelf bestaand, tastbaar ‘iets’ dat het gedrag veroorzaakt.
Dit is een denkfout die ‘verdinglijking’ of ‘reïficatie’ heet (van het Latijn res=ding, facere=maken). Bij reïficatie wordt een abstract begrip behandeld alsof het een concreet, zelfstandig ding is dat een invloed uitoefent op de werkelijkheid. Alsof ADHD een afwijking is die “in” een persoon zit en verantwoordelijk is voor het drukke of impulsieve gedrag.
Reïficatie gebeurt niet alleen bij ADHD. Het komt breder voor in hoe we over psychische problemen praten (bv. "haar depressie zorgt ervoor dat ze de zetel niet uitgeraakt"). Classificatiesystemen zoals de DSM-5-TR of ICD-11 kunnen deze denkfout versterken. Ze vertrekken vanuit een stoornisdenken. Hierbij worden psychische problemen voorgesteld als ziekten of aandoeningen die je kan herkennen aan een reeks symptomen. Dit kan de indruk wekken dat diagnoses verwijzen naar afgebakende, onderliggend aanwezige ziekten of afwijkingen, terwijl het eigenlijk gaat om beschrijvingen van gedrag en ervaringen.