16 september 2025

Factcheck: "ADHD kan je zien in de hersenen"

In een factcheck nemen we een veelvoorkomende uitspraak of misverstand over diagnostiek onder de loep.

Kloppen uitspraken als “het ADHD-brein is creatiever, maar minder goed in concentreren” en “bij ADHD ontwikkelen de hersenen zich anders dan normaal”? In deze factcheck bekijken we wat de neurowetenschappen ons wel en niet kunnen vertellen over ADHD. Wat laten wetenschappelijke studies zien? Kan ADHD worden vastgesteld via hersenonderzoek? 

Auteur: Dr. Floor Moerman

Image

Waarover gaat het

Wat is ADHD?

Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) is een classificerende diagnose. Om de diagnose te kunnen vaststellen, moeten er specifieke gedragskenmerken of ‘criteria’ aanwezig zijn. De Diagnostical and Statistical Manual for Mental Disorders (DSM-5-TR) beschrijft de kenmerken van ADHD binnen twee domeinen.

  • Onoplettendheid: bijvoorbeeld moeite hebben om aandacht bij taken of spel te houden, vaak dingen kwijt geraken, vaak vergeetachtig zijn tijdens dagdagelijkse activiteiten …
  • Hyperactiviteit en impulsiviteit: bijvoorbeeld vaak onrustig bewegen met handen en voeten, overmatig praten, anderen vaak storen …  

Deze kenmerken moeten aanwezig zijn vóór de leeftijd van 12 jaar en voorkomen in meerdere situaties (zoals thuis, op school of in de vrije tijd). Bovendien moeten ze zorgen voor moeilijkheden in het dagelijks functioneren, zoals op school, in vriendschappen of op het werk. 

ADHD wordt ook wel eens een ‘gedragsdiagnose’ genoemd, omdat de hoofdkenmerken betrekking hebben op observeerbaar gedrag. Het gaat dus om gedragskenmerken die anderen kunnen observeren. Er wordt daarbij weinig rekening gehouden met specifieke contextfactoren die het gedrag kunnen beïnvloeden; de persoonlijke krachten en gevoelens van iemand; of de precieze (psychologische, biologische en/of sociale) oorzaken van dat gedrag.

Wat vertelt hersenonderzoek ons?

In de DSM-5-TR wordt ADHD gerangschikt onder de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Dat wekt de indruk dat ADHD een neurologische oorzaak heeft; die je kan zien in de hersenen. Bestaand onderzoek biedt daarvoor onvoldoende bewijs. 

Toch is er al heel wat hersenonderzoek uitgevoerd om de neurobiologische basis van ADHD te onderzoeken. Dergelijke studies gebeuren steeds op groepsniveau. Onderzoekers vergelijken bijvoorbeeld herseneigenschappen van groepen mét een classificerende diagnose ADHD met die van groepen zonder de diagnose. Daarbij worden soms kleine gemiddelde verschillen gevonden, zoals: 

  • Minder activiteit in specifieke hersengebieden 
  • Een kleiner hersenvolume bij kinderen
  • Verschillen in neurotransmittersystemen (zoals dopamine)

De gedetecteerde verschillen in deze studies zijn vaak klein en niet consistent. Sommige personen met de diagnose ADHD vertonen deze kenmerken bijvoorbeeld niet. Omgekeerd zijn er ook personen zonder de diagnose waarbij deze kenmerken wel aanwezig zijn. 

Groepsverschillen laten zich niet zomaar vertalen naar uitspraken over één persoon. Toch zien we in de praktijk dat dit vaak wél gebeurt. Dit is een veelgemaakte denkfout, ook wel de ecologische fout (‘ecological fallacy’) genoemd. Bijvoorbeeld: mensen zijn gemiddeld groter in Nederland dan in Japan. Dat betekent niet dat elke Nederlander groter is dan elke Japanner, of dat we op basis van lengte kunnen zeggen of iemand uit Nederland of Japan komt. Op dezelfde manier kan je bijvoorbeeld op basis van iemands hersenvolume niet vaststellen of die voldoet aan de criteria van ADHD.

Image

Kan ADHD worden vastgesteld met behulp van hersenonderzoek?

Neen. ADHD is een gedragsdiagnose die wordt gesteld op basis van observeerbare kenmerken, zoals onoplettendheid, hyperactiviteit en impulsiviteit. Deze kenmerken worden in kaart gebracht via gesprekken en observaties, eventueel met behulp van gestandaardiseerde instrumenten. In het kader van differentiaaldiagnostiek, kan een EEG of MRI-scan soms zinvol zijn, bijvoorbeeld bij een vermoeden van een neurologische aandoening.  

Conclusie: feit of fictie?

De uitspraak “ADHD kan je zien in de hersenen” is grotendeels onjuist. Onderzoek laat kleine verschillen zien in de hersenen van groepen mensen met en zonder de diagnose. De bevindingen zijn echter vaak inconsistent en zeggen niets over het individu. Hersenonderzoek kan dus niet ingezet worden om bij een specifieke persoon vast te stellen of de kenmerken van ADHD aanwezig zijn. 

Hoor jij soms ook onjuiste uitspraken over diagnostiek? Laat het ons weten en misschien gebruiken we het als inspiratie voor een van onze volgende factchecks.