Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) is een classificerende diagnose. Om de diagnose te kunnen vaststellen, moeten er specifieke gedragskenmerken of ‘criteria’ aanwezig zijn. De Diagnostical and Statistical Manual for Mental Disorders (DSM-5-TR) beschrijft de kenmerken van ADHD binnen twee domeinen.
- Onoplettendheid: bijvoorbeeld moeite hebben om aandacht bij taken of spel te houden, vaak dingen kwijt geraken, vaak vergeetachtig zijn tijdens dagdagelijkse activiteiten …
- Hyperactiviteit en impulsiviteit: bijvoorbeeld vaak onrustig bewegen met handen en voeten, overmatig praten, anderen vaak storen …
Deze kenmerken moeten aanwezig zijn vóór de leeftijd van 12 jaar en voorkomen in meerdere situaties (zoals thuis, op school of in de vrije tijd). Bovendien moeten ze zorgen voor moeilijkheden in het dagelijks functioneren, zoals op school, in vriendschappen of op het werk.
ADHD wordt ook wel eens een ‘gedragsdiagnose’ genoemd, omdat de hoofdkenmerken betrekking hebben op observeerbaar gedrag. Het gaat dus om gedragskenmerken die anderen kunnen observeren. Er wordt daarbij weinig rekening gehouden met specifieke contextfactoren die het gedrag kunnen beïnvloeden; de persoonlijke krachten en gevoelens van iemand; of de precieze (psychologische, biologische en/of sociale) oorzaken van dat gedrag.