21 oktober 2025

Factcheck: "Iedereen is toch een beetje autistisch"

In een factcheck nemen we een veelvoorkomende uitspraak of misverstand over diagnostiek onder de loep.

Moeite hebben met oogcontact, vasthouden aan routines, intense interesses hebben. Veel mensen herkennen zich in kenmerken die geassocieerd worden met autisme. Vandaar ook de vaak gehoorde stelling: “Iedereen is toch een beetje autistisch.”  

Wetenschappers, clinici, ervaringsdeskundigen en het brede publiek gebruiken het woord 'autisme' vaak op verschillende manieren. En zelfs tussen onderzoekers bestaat discussie. Hoe wordt vanuit verschillende brillen gekeken naar de vraag “is iedereen een beetje autistisch?”  

Auteur: Dr. Kimberly Van Nieuwenhove

Een spectrum aan perspectieven

Vanuit een biomedisch perspectief wordt autisme gedefinieerd aan de hand van kenmerken of 'criteria'. Daarbij worden twee hoofdkenmerken naar voren geschoven: moeilijkheden in sociale omgang en herhalende gedragingen, interesses of activiteiten. 

  • Vanuit een dimensionele visie zegt men dat moeilijkheden in sociale interactie en herhalend gedrag niet simpelweg aan- of afwezig zijn. Volgens deze visie vertoont iedereen deze kenmerken in mindere of meerdere mate. Autisme bevindt zich dan aan de uiterste kant van een continuüm. In deze benadering is er geen scherpe grens tussen ‘wel’ of ‘niet’ autistisch. Sommige onderzoekers stellen daarom dat je – tenminste op het vlak van gedragskenmerken – "een beetje autistisch" kan zijn.
  • Een meer categoriale visie vertrekt vanuit een ‘alles-of-niets’-principe: je hebt autisme of je hebt het niet. Binnen deze visie stellen sommige onderzoekers dat je niet zomaar kan spreken over ‘autistische trekken’. Zij vinden dat bepaalde gedrags- of sociale kenmerken niet ‘autistisch’ kunnen genoemd worden wanneer ze los van elkaar staan. Het is pas wanneer verschillende kenmerken in combinatie voorkomen, én iemand aan alle diagnostische criteria voldoet, dat je kan spreken van autisme en dus autistische kenmerken. 

Niet alle dieren met strepen zijn tijgers, en niet alle strepen zijn tijgerstrepen.

Vertaald uit Mottron & Bzdok
(2020, p. 3181)
Image

Van stoornisdenken naar neurodiversiteit

Het biomedisch perspectief is nog steeds dominant in onze samenleving. Autisme wordt daarbij gezien als een stoornis. Tegelijk is er een groeiende maatschappelijke en academische verschuiving naar het neurodiversiteitsdenken. Neurodiversiteit verwijst naar de vele verschillende manieren waarop mensen denken, voelen en in relatie staan tot hun omgeving. 

Vanuit de neurodiversiteitsbeweging wordt autisme niet gezien als een stoornis, maar als een expressie van menselijke verschillen. Tegelijk blijft er ruimte om de ervaren uitdagingen te erkennen, en is het belangrijk te onderzoeken welke ondersteuning helpend kan zijn. Daarbij wordt ook benadrukt dat moeilijkheden vaak ontstaan omdat de samenleving vooral is afgestemd op de meerderheidsgroep, en te weinig aangepast is aan de bestaande diversiteit.

Ook vanuit het neurodiversiteitsdenken is de populaire uitspraak “iedereen is een beetje autistisch” niet wenselijk. Door te veralgemenen, worden juist die fundamentele verschillen in hoe mensen de wereld ervaren onzichtbaar. Zo worden het lijden en de ondersteuningsnoden van sommigen geminimaliseerd. 

Image

"Dat is mijn autistisch kantje"

“Ik ben een beetje autistisch, want ik ben niet zo sociaal en ik hou van routine.”

Dergelijke uitspraken klinken misschien onschuldig. Ze verwijzen naar eigenschappen die veel mensen delen, maar die meestal geen grote impact hebben op het dagelijks functioneren. Wees je bewust dat dergelijke uitspraken:

  • De grenzen doen vervagen tussen ervaringen die iedereen wel eens heeft, en autisme. Hierdoor kunnen de specifieke ervaringen en beleving van personen met autisme/autistische personen onderbelicht blijven.
  • Stereotiepe beelden versterken. Bijvoorbeeld dat autisme vooral gaat over sociale ongemakken. Zo verdwijnt de complexiteit en diversiteit van autisme uit beeld.

Zelfs als uitspraken goedbedoeld zijn (“Ik herken dat ook!"), kunnen ze een andere impact hebben dan bedoeld. Ze kunnen ertoe leiden dat de unieke uitdagingen van autistische personen/mensen met autisme minder serieus genomen worden.  
 

Conclusie: feit of fictie?

Bepaalde kenmerken die met autisme worden geassocieerd, zoals oogcontact ongemakkelijk vinden, zijn herkenbaar voor veel mensen. Maar autisme is méér dan de som van losse kenmerken. Het gaat om een combinatie van kenmerken die een invloed hebben op iemands dagelijks functioneren. 

Uitspraken zoals “iedereen is een beetje autistisch” kunnen ook de specifieke ervaringen en uitdagingen van mensen met autisme of autistische personen minimaliseren. Het is dan ook aan te raden hiermee voorzichtig te zijn.

Hoor jij soms ook onjuiste uitspraken over diagnostiek? Laat het ons weten en misschien gebruiken we het als inspiratie voor een van onze volgende factchecks.

Image

Zelf aan de slag met deze factcheck?

Wil je zelf een dialoog op gang brengen met collega's of cliënten? Download onze poster en hang deze op in je bureau, de lunchruimte, in de wachtzaal ... Samen helpen we diagnostische misverstanden de wereld uit.