13 juni 2025

BelRAI LTCF: Wat na de zachte opstart?

Interview met Karen Jutten, BelRAI-coördinator bij het Departement Zorg

Sinds 2023 wordt BelRAI LTCF gebruikt als zorgplanningsinstrument binnen de Vlaamse woonzorgcentra. De voorzieningen zijn hard aan het werk gegaan om tegen 1 juni 2025, het einde van de zachte opstart, alle bewoners in te schalen. Wat is de volgende stap? 

Wie is Karen Jutten?

Karen Jutten is BelRAI-coördinator bij het Departement Zorg en coördineert de uitrol van BelRAI binnen het Vlaamse zorg- en welzijnsbeleid. Samen met een team van BelRAI-medewerkers werkt ze aan verschillende onderdelen van het BelRAI-beleid, zoals het digitaal gebruik via het Vlaamse IT-platform BelRAI, het opleidingsaanbod, de interfederale samenwerking, wetenschappelijk onderzoek en de inbedding in regelgeving. 

Ze was van bij de start nauw betrokken bij de invoering van BelRAI LTCF in de woonzorgcentra, onder andere via pilootprojecten en de uitwerking van de zachte opstart.

Image

KCD: Waarom werd gekozen voor een zachte opstart om BelRAI LTCF uit te rollen in WZC’s? 

Karen: BelRAI werd eigenlijk al in 2019 in de regelgeving verankerd. Toen werd beslist om BelRAI uit te rollen in de woonzorgcentra met het oog op de kwaliteit van zorg, en in de toekomst ook met het oog op zorgfinanciering. Er werd gestart met een pilootproject waarbij 40 voorzieningen met BelRAI LTCF aan de slag gingen. Daaruit kwam heel sterk naar voren dat er vooral tijd nodig is om BelRAI op een goede manier te kunnen implementeren. Tijd om medewerkers op te leiden, tijd om het instrument te leren invullen, tijd om de resultaten te leren interpreteren, maar ook om ze te vertalen naar een zorgplan. Vervolgens heb je als organisatie ook tijd nodig om effectief de zorgprocessen te gaan bijsturen en af te stemmen op BelRAI. De andere randvoorwaarde die heel duidelijk naar voren kwam, is een goede integratie met de elektronische zorgdossiers die er vandaag zijn. Dat vraagt ook tijd. 

Vanuit deze inzichten uit het pilootproject is het idee ontstaan van een stapsgewijze uitrol, wat later de zachte opstart genoemd is. In overleg met de koepelorganisaties uit de ouderenzorg hebben we een aantal mijlpalen afgesproken om zo voor elke voorziening een duidelijk en haalbaar kader te bieden om BelRAI LTCF uit te rollen. 

We kunnen met enige bescheidenheid zeggen dat die zachte opstart succesvol was. Dat zien we in de cijfers. We stellen vast dat 90% van de bewoners die momenteel in de Vlaamse WZC’s wonen, ingeschaald zijn met BelRAI.  Dat is een heel mooie verwezenlijking van de sector. Ook zien we een beweging op gang komen van het herinschalen van bewoners met BelRAI LTCF. 

Image

KCD: We krijgen vaak vragen over die herinschalingen aangezien dit niet in de wetgeving is opgenomen. Is het herinschalen van bewoners een verplichting?

Karen: Het klopt dat dit niet expliciet in de wetgeving is opgenomen. Dat heeft twee redenen. Volgens de algemene interRAI-richtlijnen doe je best minstens om de zes maanden een herinschaling, of bij elke significante toestandswijziging van de persoon. Dat zijn goede richtlijnen om na te streven waar we als overheid achter staan. We krijgen echter ook het signaal dat dit momenteel niet altijd haalbaar is voor iedereen in de praktijk.

Een tweede belangrijk element zijn de ‘kwaliteitsindicatoren’ (nvdr. Dit zijn meetbare gegevens die iets zeggen over de kwaliteit van de zorg). Voor sommige kwaliteitsindicatoren heb je minstens twee meetmomenten nodig omdat het daarbij gaat over de mate waarin de bewoner vooruitgang of achteruitgang boekt. Om kwaliteitsindicatoren uit BelRAI-inschalingen goed te kunnen berekenen en zinvol te kunnen inzetten, is het nodig om de herinschalingen sneller op elkaar te laten volgen. 

Als overheid willen we de puzzel samen met de sector leggen. We willen bekijken hoe vaak een herinschaling wenselijk is, om enerzijds het meten van kwaliteitsindicatoren mogelijk te maken, maar er anderzijds ook voor te zorgen dat de herinschaling een meerwaarde biedt en haalbaar blijft voor de sector.

KCD: Vanuit de sector komt ook vaak de vraag hoe het gebruik van BelRAI gecontroleerd wordt. Wordt dit opgenomen door de zorginspectie?

Karen: Woonzorgcentra gaan op dit moment aan de slag met BelRAI en leveren grote inspanningen om deze nieuwe werkwijze te integreren in hun zorgprocessen en kwaliteitsbeleid. We krijgen dan ook veel vragen over hoe Zorginspectie hiermee aan de slag zal gaan binnen de inspecties. We vinden het echter belangrijk dat voorzieningen nu eerst inzetten op het versterken van de interne werking, eigen monitoring en controleprocessen uitwerken en waar nodig verbeteracties opzetten om de implementatie van de BelRAI te verbeteren. De afdeling Woonzorg van het Departement Zorg monitort de implementatiegraad per voorziening en kan waar nodig hierop bijsturen. We zien al enkele maanden dat gemiddeld 90% van de bewoners in de woonzorgcentra over een BelRAI-inschaling beschikt. Dit ligt in lijn met onze verwachtingen als je ook rekening houdt met de gemiddelde verblijfsduur. Dit zijn mooie resultaten op sectorniveau die van toepassing zijn op de overgrote meerderheid van de voorzieningen. 

Het aantal inschalingen toont echter niet noodzakelijk hoe kwaliteitsvol een voorziening aan de slag is gegaan met de resultaten van die inschaling in een woonzorgleefplan. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de bespreking van resultaten in een multidisciplinair overleg, de vertaling van CAP’s en schalen naar acties in een woonzorgleefplan en de evaluatie van deze acties. Zorginspectie kan vandaag al de erkenningsvoorwaarden met betrekking tot BelRAI controleren op het terrein maar zal dit enkel doen als hier indicaties voor zijn vanuit bijvoorbeeld de opvolging door Woonzorg of vanuit klachten. In een later stadium wordt verder bekeken hoe BelRAI een algemeen onderdeel van inspectie kan worden. 

KCD: Er werd al kort aangehaald dat een van de doelstellingen van BelRAI is om die te koppelen aan financiering. Hoe en wanneer wordt dit in de woonzorgcentra een realiteit? 

Karen: De ambitie om BelRAI maximaal in te zetten voor het bereiken van alle beleidsdoeleinden ligt nog altijd op tafel. Dat betekent dus ook het inzetten van BelRAI LTCF voor de financiering van woonzorgcentra. We hebben een eerste onderzoek gedaan naar BelRAI als financieringsinstrument op basis van de data uit het pilootproject. De resultaten uit dat onderzoek gaven een eerste indicatie dat het systeem voor het bepalen van zorgzwaartecategorieën mogelijk bruikbaar is in Vlaanderen. De toenmalige dataset was echter te klein om echt grondig wetenschappelijk onderbouwde conclusies te trekken. Nu zijn we datzelfde onderzoek aan het herhalen op de veel grotere dataset die we nu hebben. Uit de eerste veelbelovende onderzoeksresultaten kunnen we alvast afleiden dat de BelRAI-inschalingen kwaliteitsvol gebeuren. Deze resultaten moeten we nu voorleggen aan het beleid en vervolgens bekijken of daar een beleidsinitiatief rond zal worden genomen. 

De verdere uitwerking zal echter tijd vragen en gepaard gaan met een bredere hervorming van het financieringsmodel, die stapsgewijs zal moeten gebeuren. Zolang er geen omschakeling gebeurt, blijft de Katz-schaal het instrument voor financiering. We weten dat dat dubbel is, maar het is een heel bewuste keuze om niet holderdebolder over te schakelen naar een financieringsmodel op basis van BelRAI LTCF.

Het is een heel bewuste keuze om niet holderdebolder over te schakelen naar een financieringsmodel op basis van BelRAI LTCF.

Karen Jutten
BelRAI-coördinator bij het Departement Zorg

KCD: Het vraagt tijd om personeel op te leiden in BelRAI. Zal dit in de toekomst minder het geval zijn?

Karen: Het Departement is sterk vragende partij om een deel van de opleiding in het reguliere onderwijs te integreren zodat zorgverleners tijdens hun opleiding reeds de basiskennis van BelRAI meekrijgen. Er zal echter steeds een stukje instrumentspecifieke vorming bij het werkveld blijven; onder meer voor de manier waarop de organisatie BelRAI integreert in de zorgprocessen of om tegemoet te komen aan arbeidsmobiliteit van zorgverleners.

Momenteel wordt een samenwerkingsakkoord over BelRAI onderhandeld door de verschillende regio’s in België. Het samenwerkingsakkoord gaat niet enkel over opleidingen, maar ook over datadeling bv. met huisartsen en thuisverpleegkundigen. Eén van de voorwaarden om aan die datadeling te kunnen doen, is dat er voldoende garanties zijn over de kwaliteit van een BelRAI-inschaling. Een van de doelstellingen is dat de opleidingen die we geven in Vlaanderen, Wallonië, Brussel, de Duitstalige gemeenschap en op federaal niveau binnen eenzelfde kwaliteitskader gebeuren. Het gemeenschappelijk kwaliteitskader houdt rekening met een integratie in het hoger onderwijs.

KCD: Kan je iets meer vertellen over het project Alivia binnen woonzorgcentra en de link met BelRAI?

Karen: Alivia komt in beeld in het kader van doelgerichte zorg en het opstellen van een geïntegreerd zorgplan. Eén van de signalen die we vaak krijgen vanuit voorzieningen is dat het meestal wel lukt om een BelRAI-inschaling te vertalen naar een zorgplan. Maar de duurzame verdere opvolging van het zorgplan: ‘Hoe evalueer ik dat?’ ‘Hoe koppel ik dat terug aan mijn bewoner?’ … Daar leven nog heel veel vragen over op het terrein. Een methodiek rond doelgerichte zorg, via Alivia, kan een handvat bieden om voorzieningen te helpen om de BelRAI-instrumenten nog efficiënter te gebruiken. Het is een manier om samen met cliënten of bewoners de zorg- en levensdoelen in kaart te brengen en daar een zorgplan op te enten. Daarbij is BelRAI heel belangrijk. BelRAI kan hulpverlenersperspectief bieden, maar voedt ook het gesprek met de persoon. Een belangrijk doel van het pilootproject is om te bekijken hoe linken gelegd kunnen worden tussen de BelRAI-resultaten en de zorg- en levensdoelen van de bewoner.