03 september 2025

BelRAI: kleine acties met een grote impact op het geluk van de bewoner

Praktijkgetuigenis van lsabelle, BelRAl-coördinator in WZC Kruyenberg.

Hoe maakt BelRAI een verschil in de praktijk? We vroegen het aan Isabelle, BelRAI-coördinator bij Anima. In haar WZC organiseert ze de MDO’s, volgt ze mee de zorgdoelen op en geeft ze training en intervisie aan indicatiestellers. Ze vertelde ons over hoe zij aan de slag gaan met de resultaten en zorgdoelen, en over de impact van BelRAI op het geluk van de bewoner. 

Image

KCD: Hoe is het BelRAI-verhaal in jouw WZC begonnen?

Isabelle: Heel chaotisch (lacht). Dat is ook logisch. Veel zorgverleners zagen het nut er gewoon niet van in. Het eerste jaar hebben we ook niet echt aan de zorgdoelen gewerkt door de tijdsdruk, omdat iedereen ingeschaald moest worden. Sinds we ook aan zorgdoelen werken, begrijpen zorgverleners veel meer waarom BelRAI eigenlijk bestaat. Het vraagt een tijdsinvestering, maar het zorgt voor betere zorg. Nu er meer medewerkers opgeleid zijn, heb je ook meer mensen die het begrijpen. 

KCD: Hoe ben je omgegaan met medewerkers die niet meewilden in het verhaal? 

Isabelle: Ik heb hen als eerste opleiding laten volgen. De meesten kwamen daar positief uit, omdat ze het ‘waarom’ van BelRAI beter begrepen. Zonder opleiding denken zorgverleners soms gewoon dat het extra administratief werk is. Als je het volledige verhaal meehebt, dan besef je dat het veel meer is dan dat. 

Wanneer zorgverleners nu de opleiding volgen, krijg ik vaak na de eerste les als feedback dat ze helemaal anders naar de bewoner kijken. Een paar woorden uitleg over hoe je moet observeren geven een zorgkundige soms een nieuwe blik op de bewoner. Vroeger was het soms rap-rap binnen en buiten in de kamer. Nu nemen ze de tijd en observeren ze de bewoner eerst. Dan zien ze dat die bewoner sommige zaken eigenlijk zelf nog kan als ze er de tijd voor uittrekken. Dat maakt mij gelukkig. 

KCD: Heeft BelRAI ervoor gezorgd dat jullie meer samenwerken met de verschillende disciplines?

Isabelle: Sowieso. We leren van elkaar, en dat maakt het verrijkend. Iedere discipline draagt bij. Soms vraag ik informatie bij het onderhoudsteam omdat zij een andere band met de bewoner hebben. Een bewoner zal soms sneller iets tegen hen zeggen, bijvoorbeeld over hun eenzaamheid: “Ik zit hier weer” of “Ik zou toch graag eens uitslapen ’s ochtends”. Ook het reactivatieteam zal de bewoner op een andere manier kennen dan een verzorgende.

BelRAI zorgt ervoor dat je die gesprekken voert en even stilstaat bij de bewoners.

Isabelle
BelRAI-coördinator bij Anima

Iemand van het reactivatieteam ontdekte bijvoorbeeld tijdens de drie dagen (nvdr. de referentieperiode die wordt gebruikt bij BelRAI) dat een bewoner met jongdementie heel graag met zijn hond wou leven. Maar honden mogen niet in een woonzorgcentrum verblijven. We hebben er wel een zorgdoel van gemaakt dat wanneer iemand van het personeel diens hond meebrengt en in pauze gaat, dat we de hond dan bij die bewoner op de kamer zetten. Ook hebben we hem verrast met een collage van foto’s van zijn hond. Dat was echt een heel mooi moment. Het reactivatieteam is veel met hem in gesprek gegaan in die drie dagen waardoor dat verlangen naar boven is gekomen. BelRAI zorgt ervoor dat je die gesprekken voert en even stilstaat bij de bewoner.

Ik denk bijvoorbeeld ook dat we niet genoeg stilstaan bij waarom een bewoner op de kamer blijft. Is dat omdat die niet kan, niet wil … Vroeger zouden we gezegd hebben: die bewoner komt niet buiten, maar die klaagt niet, dus dat is oké. Nu gaan we echt vragen waarom. En dan hoor je soms dat ze het eigenlijk wel leuk vinden om naar buiten te gaan, maar dat ze misschien niet durven storen. Dan vragen we onze vrijwilligers om ook die bewoners eens mee te nemen op wandeling. Veel zorgdoelen gaan over de zorg op zich, maar dankzij BelRAI staan we ook meer stil bij het sociale aspect. 

Veel zorgdoelen gaan over de zorg op zich, maar dankzij BelRAI staan we ook meer stil bij het sociale aspect.

Isabelle
BelRAI-coördinator bij Anima
Image

KCD: Hoe ervaren de bewoners die gesprekken?  

Isabelle: De bewoners beseffen niet per se dat we bezig zijn met BelRAI. Mocht je ‘BelRAI’ uitspreken bij een bewoner,  zouden zij waarschijnlijk iets hebben van “over wat heb jij het nu?”. Voor een bewoner is dat een vreemde taal. Maar ik denk wel dat ze beseffen dat we ons inzetten om hun leven hier aangenamer te maken.

In die referentieperiode van drie dagen neemt de zorgverlener echt de tijd en gaat die elke namiddag één op één het gesprek aan met de bewoner. De meeste bewoners genieten van het gezelschap en de extra aandacht. 

Ik denk bijvoorbeeld aan een bewoner die hier vroeger met zijn vrouw woonde. Zij had zware dementie. Hij was vaak nors en kwaad op de zorgverleners. Bij zijn BelRAI-beoordeling is de referentiepersoon dementie echt met hem in gesprek gegaan en zijn er heel wat zaken naar boven gekomen. Onder andere over de dementie van zijn vrouw, maar ook hoe hij vroeger graag eens op café ging. We hebben hier een ‘mannenclub’, af en toe gaan zij samen op café, om te biljarten en een pintje te drinken. Wij dachten altijd dat hij niet naar buiten wou, maar nu staat hij als eerste in de rij wanneer het tijd is om te vertrekken. 

KCD: Op welke manier wordt er aan de slag gegaan met de resultaten? 

Isabelle: Op het MDO bekijken we met het hele team de resultaten en bespreken we wat we ermee gaan doen. We wijzen ook een verantwoordelijke toe voor elk zorgdoel. Voor de opvolging gebruiken we een ‘dagboek’. Daarin schrijven we wat we effectief gedaan hebben. Om de vier weken evalueren we of de zorgdoelen uitgevoerd zijn of niet. Meestal gaat het om heel simpele zorgdoelen waar we elke dag rond werken, maar door BelRAI schrijven we het ook specifiek op en werken we eraan met het hele team.

Het MDO-team bestaat uit mezelf, een (hoofd)verpleegkundige, een zorgkundige van elke dienst, de kine en de ergo. Ik ga af en toe ook in overleg met de keuken over kleine aanpassingen die zij kunnen doen. Ik ga ook altijd met de zorgdoelen naar de bewoner. Zij weten zelf het beste wat ze willen. Ook de familie proberen we soms bij het gesprek te betrekken.

KCD: We sluiten graag af met de volgende vraag: wat is volgens jou de impact van BelRAI in jouw organisatie?

Isabelle: Ik denk wel dat onze visie op de zorg veranderd is door BelRAI. Nu staan we meer stil bij wat onze bewoner zelf nog kan en wat die wil. Kleine aanpassingen kunnen veel betekenen, zowel voor de bewoner als voor de zorgmedewerker. En sowieso is er een impact op het geluk van onze bewoner. Een zorgdoel dat lukt, dat de bewoner gelukkig maakt. Daarvoor doen we het, dat vind ik fantastisch.