De kwaliteit van testen
Hoe weet je welke testen kwaliteitsvol zijn? En waar kan je terecht om hier meer info over terug te vinden?
Waar moet je rekening mee houden?
Bij de keuze van een gestandaardiseerde test is het belangrijk om te kiezen voor een zo kwaliteitsvol mogelijke test. Dit hangt af van verschillende factoren:
De afstemming op de cliënt en diens context:
- De mate waarin de test aansluit bij het diagnostische doel.
- De mate waarin de test aansluit bij de kenmerken van de cliënt en diens context: Testen zijn niet context- of cultuurvrij. Doordat instrumenten worden ontwikkeld of onderzocht voor een specifieke doelgroep, zijn ze niet automatisch voor alle cliënten even geschikt.
- De mate waarin de test aansluit bij de voorkeuren van de cliënt.
De (psychometrische) eigenschappen van een instrument, zoals:
- De eigenschappen en relevantie van de normgroep:
- Scores van een cliënt krijgen betekenis wanneer we die vergelijken met die van een representatieve normgroep met gelijkaardige kenmerken (bv. leeftijd, gender, opleidingsniveau, etnisch-culturele achtergrond, geografische regio, socio-economische status).
- Het is ook belangrijk dat er recente normen zijn. Normen kunnen namelijk verouderen, omdat de maatschappij evolueert, onderwijs verandert…
- De betrouwbaarheid: Een score van een cliënt is altijd een schatting. Hoe ver deze schatting van de ‘werkelijke’ score ligt, wordt volgens de klassieke testtheorie beïnvloed door toeval en andere foutbronnen (bv. vermoeidheid, concentratiemoeilijkheden, omgevingslawaai, een afname die niet volgens de handleiding verloopt). Betrouwbare testen zouden tot stabiele scores moeten leiden. Als we een test in theorie twee keer zouden afnemen, zouden we tot dezelfde scores moeten komen.
- De validiteit: Testen beogen altijd een specifiek aspect van het functioneren in kaart te brengen. Niet alle testen slagen erin om te meten wat ze beogen te meten. Soms meten testen iets anders, of meten ze slechts een onderdeel van wat je wilt meten.
Opgelet: naast het correct kiezen van een instrument, is het ook belangrijk om het instrument correct af te nemen, te scoren en te interpreteren volgens de instructies in de handleiding.
Veel keuze, maar wat kies je best?
Tot op heden bestaat er in Vlaanderen geen overkoepelend overzicht met betrekking tot de kwaliteit van instrumenten. Er bestaan wel verschillende organisaties in Vlaanderen die instrumenten beoordelen. Deze organisaties bundelen de belangrijkste informatie over verschillende factoren die meebepalen of een instrument kwaliteitsvol is. Zo helpen ze je om de kwaliteit en geschiktheid van een instrument voor de cliënt te beoordelen.
- Het Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek (KCD) voert periodiek en op vraag van het werkveld beoordelingen uit van recente gestandaardiseerde instrumenten. Het KCD ontwikkelde ook verschillende richtlijnen over classificerende diagnoses, zoals autisme en verstandelijke beperking, waarin testfiches en kwalificaties van instrumenten zijn opgenomen.
- De Belgische Federatie voor Psychologen (BFP-FBP) beoordeelt voornamelijk intelligentietesten.
- De Assessment Hub van Thomas More biedt testfiches aan voor verschillende soorten gestandaardiseerde instrumenten.
- Het project protocollering diagnostiek (Prodia) heeft verschillende diagnostische protocollen ontworpen, specifiek bedoeld voor CLB’s en onderwijs. Deze protocollen omvatten ook testfiches.
- Ook de Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN) beoordeelt de kwaliteit van diagnostische instrumenten in Nederland. De beoordelingen kunnen geraadpleegd worden als je over een abonnement beschikt. Het is echter belangrijk om in het achterhoofd te houden dat het gaat om Nederlandse beoordelingen, die niet zomaar veralgemeend kunnen worden naar de Vlaamse context.